De verborgen wereld van Allah's zaligheid

Cor Holler doet al tien jaar onderzoek naar het volksgeloof bij moslims en de praktijk van islamitische geneeswijzen. Na een aantal boeken over dit onderwerp is eindelijk het standaardwerk in de vorm van een proefschrift verschenen. Volksgeloof en religieuze geneeswijzen onder moslims in Nederland is pittig, maar lezenswaardig, informatief en vooral taboedoorbrekend.

Het was toeval dat Cor Hoffer, opgeleid als niet-westerse socioloog, met het verschijnsel 'islamitische genezers' in aanraking kwam. Dat was in 1990. Hoffer was op het ministerie van - toen nog - WVC om zijn onderzoek naar besnijdenis van moslimjongens toe te lichten. Bezoekende ambtenaren van Justitie hoorden hem uit over wat hij wist van de schimmige wereld van islamitische genezens. Justitie had op dat moment een zaak lopen tegen een 'religieuze ondernemer', een charlatan die zich voor genezer uitgaf en zijn clientèle als inkomstenbron beschouwde. Het was het begin van zijn grote passie.

Voluit heet hij Cornelis Dernadette Maria Hoffer. Dat is niet voor niets. Van huis uit kwam bij in aanraking met het volksgeloof onder katholieken. Hoffer vertelt dat zijn moeder, lijdend aan een ernstige nierziekte en zwanger van hem, naar Lourdes ging. Of de bedevaart en de gebeden echt hebben geholpen, zal hij nooit weten. Feit is wel dat hij in goede gezondheid werd geboren en dat de angst van de artsen, die voor het leven van zijn moeder vreesden, niet bewaarheid werd.

Lourdes, Jomanda en de islamitische genezer: varianten van een bijna universeel fenomeen. Iedere religie kent een of meer vormen van volksgeloof. En ieder volksgeloof heeft zo zijn eigen alternatieve antwoorden op zingevingsvragen en een andere visie op geneeskunde, zieken en kwalen.

Complementair

De islamitische geneeswijze. voortkomend uit het officieuze volksgeloof, noemt Hoffer 'complementair' aan de reguliere. In de reguliere zorg heerst het biomedische model. Het is rationeel en ontdaan van de spirituele beleving van ziek zijn. Hoffer: 'Het regulier en het gangbare verklaringsmodel over oorzaken en gevolgen van ziekten is gebaseerd op een mechanisch mensbeeld. De mens is als het ware losgekoppeld van zijn sociaal-culturele en religieuze setting.' Met de voortgaande technologisering van de zorg blijft het spirituele vacuüm en groeit het misschien wel. Alternatieve geneeswijzen zoals die van islamitische genezers vullen dat vacuüm en sluiten aan bij de culturele, en religieuze belevingswereld van de patiënt.

In zijn proefschrift zet Hoffer uiteen dat religie een sociale en culturele constructie is. Datzelfde geldt voor geneeskunde. Sommige ziekten komen in bepaalde culturen niet voor. De ziektebeleving, de wijze waarop de zieke zich ziek voelt, is eveneens cultureel, religieus bepaald. En het hulpzoekgedrag dus ook. Hoffer hoopt dan ook dat hulpverleners tijdens het consult van patiënten uit niet-westerse culturen bereid zijn een 'medische ontdekkingsreis' te maken, om te voorkomen dat de patiënt losgezien wordt van zijn culturele en religieuze leefwereld.

In het nawoord van zijn proefschrift schrijft Hoffer dat hij vurig wenst dat meer kennis over islamitische geneeswijzen, hun achtergronden en praktijken, leidt tot meer begrip en respect. Want, zo meent bij, de hulpverlening in het algemeen en de geestelijke en gezondheidszorg in het bijzonder ontkomen er niet aan om zich te interculturaliseren. De moslims die zich in Nederland vestigen, nemen op het volksgeloof gebaseerde medische tradities en gebruiken mee.

Demonen

In de reguliere zorg worden islamitische genezers vaak geassocieerd met demonen, het boxe oog en heilige koranteksten. Het is een schimmige wereld, waar je beter niet mee te maken kunt krijgen. Hoffer daarentegen laat zien dat de islamitische geneeswijzen veel meer omvatten. Ze integreren de rijke geneeskundige tradities van de islam, het soefisme en het in het Westen dominante biomedische verklaringsmodel.

De islamitische genezer maakt een onderscheid tussen natuurlijke en bovennatuurlijke oorzaken van kwalen en aandoeningen. Hij wijst met andere woorden het biomedische model niet af. Integendeel. Er is sprake van een soort taakverdeling: de medicus zorgt voor de technische medicatie, terwijl de genezer de bovennatuurlijk veroorzaakte kwalen voor zijn rekening neemt. In een eerder boek, Islamitische genezers en hun patiënten uit 1996, schrijft Hoffer dat er van een structurele samenwerking tussen de reguliere zorgverleners en genezers geen sprake is. Dat komt omdat onder de ongeveer honderd praktiserende islamitische genezers in Nederland de wil tot samenwerking ontbreekt. Er is sprake van afgunst, jaloezie en tegengestelde belangen. Aan de andere kant is de bond tegen kwakzalverij - 'de fundamentalistische medici' - erg actief om institutionele samenwerking met islamitische genezers onmogelijk te maken. Desondanks meent Hoffer dat islamitische geneeswijzen wel degelijk heilzaam kunnen werken.

Stress

Het heilzame effect van de alternatieve geneeswijze heeft alles te maken met de aard van de problemen en klachten waarvoor een genezer wordt geconsulteerd. Hoffer schat dat ongeveer tien procent van de moslimbevolking islamitische genezers consulteert. Uit onderzoek onder meer dan zestig patiënten blijkt dat de klachten vooral te maken hebben met de breekbare en onzekere sociaal-maatschappelijke positie waarin zij verkeren: werkloosheid, onzekerheid met betrekking tot inkomen, slechte huisvesting, ontsporende kinderen, stress, burnout en depressies. Daarnaast constateert Hoffer dat er ook duidelijk behoefte bestaat aan antwoorden op zingevingvragen, omdat de patiënt - medisch en sociaal - is vastgelopen. Dat er dan wordt teruggegrepen naar de culturele en religieuze tradities ligt voor de hand. De genezers hanteren therapeutische technieken die terug te voeren zijn op een gedeelde achtergrond. 'Bemiddelaars' noemt hij de genezers. Ze bemiddelen tussen de reguliere zorg en de leefwereld van de patiënt. Hoffer: 'Ze sluiten aan bij de religieuze beleving van fysieke en psychische klachten en plaatsen de klachten in een voor de patiënt begrijpelijk, want religieus kader.' Volgens Hoffer is dat van niet te onderschatten belang. De genezer geeft de ziekte een naam en een oorzaak. Vooral in situaties waarin de pariënt gebukt gaat onder een heel scala aan medische, psychische en sociaal-maatschappelijke klachten, is het benoemen alleen al hoopvol. Bovendien heeft de genezer een luisterend oor voor de patiënt en de gezinsleden. Hij betrekt de gezinsleden zelfs in de behandeling. Deze participatie kan de saamhorigheid versterken en het onderlinge vertrouwen laten Groeien. Een genezer is bovendien in staat om op de koran gebaseerde adviezen te geven op sociaal-maatschappelijk en psycho-sociaal terrein. Hij schept als het ware orde in de chaos en sterkt de patiënt om het heft weer in eigen hand te nemen. Zeker voor migranten voor wie de overgang van het land van herkomst naar Nederland een moeizame en niet zelden ziekmakende gebeurtenis is, kunnen volgens Hoffer de genezers een rol van betekenis spelen. De genezer maakt op alternatieve wijze de problemen hanteerbaar, schenkt de patiënt nieuw vertrouwen om het leven weer richting en inhoud te geven.

Er zijn ruwweg drie soorten islamitische genezers. Er zijn genezers die zeggen de hikma, de genezende kracht, te hebben geërfd als directe afstammeling van proteet Mohammed. Er zijn ook mystieke genezers die voortkomend uit het soefisme en in de leer zijn geweest bij leermeesters. Ten slotte zijn er autodidacten, die door zelfstudie en veel oefening het tot genezer schoppen. De methoden van diagnose en behandeling verschillen onderling sterk. Maar de koran speelt altijd een belangrijke rol, De koran bezit baraka, genezing brengende kracht. De genezers bezitten zelf niet de kracht om te genezen. Ze zijn een soort medium dat Allah's goedheid overbrengt naar de patiënten.

Voor fysieke en psychosociale, klachten die een natuurlijke oorzaak hebben, fungeert de koran als leidraad voor gedragsadviezen. De verslaafde wordt bijvoorbeeld gevraagd om elke vrijdag naar de moskee te gaan en mee te doen aan het gebed, om vervolgens tijdens de heilige maand het vasten te eerbiedigen en zijn gebruik te staken.

Maar er zijn ook bovennatuurlijke oorzaken. Sihr, zwarte magie, is een vorm van toverij. Door het uitspreken van teksten en formules en door bepaalde rituelen kan het slachtoffer ziek worden. Zo'n persoon kan bijvoorbeeld bezeten raken. Djinns, demonen, zijn boze geesten die, als ze het lichaam van een persoon bezitten, kwaadaardig zijn. De ziel, als de bestuurder van het lichaam, wordt dan overgenomen door djinns. Als derde bovennatuurlijke oorzaak is er nog het boze oog, een vorm van ziekmakende jaloezie. De genezers zetten peperkorrels in om de bovennatuurlijke oorzaken weg te nemen, maar ook lood, wierook, koranteksten, kaarsen, amuletten en wassingen. Hoffer heeft tijdens zijn onderzoek samen met genezers patiënten bezocht waarbij de genezer als diagnose sihr en djinns had gesteld. Hoffer zegt zelf niet geesten geloven, maar 'de patiënt die honderd procent zeker weet dat hij bezeten is, is bezeten'. Hoffer: 'Als een Marokkaan zegt dat hij bezeten is en hem is ingeprent dat allerlei demonen je lastig kunnen vallen, dan kan hij daar echt ziek van zijn. De taak van de medicus is dan om in de belevingswereld van de patiënt mee te gaan'.

Tijdens zijn tienjarige onderzoek heeft Hoffer verbijsterende resultaten gezien, 'Het kan werken, ook al zeggen de artsen dat het niet kan. Het is natuurlijk flauwekul dat geesten genezen, maar een krachtige wil kan wel bijdragen aan het genezingsproces.'

Hans Krikke, Hervormd Nederland, 26 februari 2000

Cor Hoffer: Volksgeloof en religieuze geneeswijzen onder moslims in Nederland. Uitgave: Thela Thesis. Prijs fl 49,50.

Back to interviews Back

Copyright © 2005 by C. Hoffer