Klachten worden onvoldoende herkend

Gezondsheidszorg voor allochtonen ondermaats

Door een onzer redacteuren
AMSTERDAM, 6 JULI. De gezondsheidszorg heeft zich onvoldoende aangepast aan allochtone patiënten. Dit leidt in veel gevallen tot onvoldoende herkenning van klachten en daarmee tot onjuiste diagnoses en behandelingen.

Dit concludeert de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg in het rapport Interculturalisatie van de gezondheidszorg. Het advies is vandaag aangeboden aan minister Borst (Volksgezondheid).

De Raad schrijft dat de gezondsheidszorg onvoldoende is afgestemd op culturele verschillen in ziektebeleving. "Zij weerspiegelt een te eenzijdig cultureel perspectief, waarbij de Nederlandse opvattingen over ziekte en gezondheidszorg maatgevend zijn."

Het gevolg hiervan is dat allochtone patiënten regelmatig verkeerd worden begrepen en foutief worden doorverwezen. Zij gaan vaker naar de huisarts, de consulten duren korter, er vindt minder vaak een therapeutisch gesprek plaats en zij krijgen vaker medicijnen voorgeschreven, schrijft de Raad. "De huisarts heeft als poortwachter van de gezondheidszorg een cruciale rol in de herkenning van medische, sociale en psychische problemen, maar schiet daarin nogal eens tekort."

Allochtonen maken minder gebruik van de geestelijke gezondheidszorg. Als zij zich melden, loopt het bij de ambulante zorg af en toe mis bij de herkenning van klachten, de diagnostiek en de behandelwijze, concludeert de Raad.

Oudere allochtonen maken minder gebruik van voorzieningen dan autochtonen. 'Onbekendheid met het zorgaanbod' en twijfel over terugkeer naar het thuisland zouden redenen zijn. De 'wensen en verwachtingen' van de oudere allochtonen zijn volgens de Raad "vaak niet bekend bij zorgverleners". Hetzelfde geldt voor (verstandelijk) gehandicapten.

De Raad concludeert dat het zogeheten 'interculturalisatieproces' in de gezondheidszorg is "blijven hangen in een sfeer van tijdelijkheid en vrijblijvendheid". Het permanente karakter en de urgentie van de problemen zouden bij de overheid en het veld onvoldoende zijn doorgedrongen en niet hebben geleid tot doeltreffende maatregelen. De Raad beveelt onder meer aan een taskforce in te stellen, een centraal steunpunt op te zetten en meer allochtonen in het management van instellingen op te nemen.

De Raad legt de problemen vooral bij de zorginstellingen en zorgverleners. In eerdere studies naar allochtonen in de gezondheidszorg werd de nadruk sterker gelegd op cultuurverschillen. Zo werd in de Minderhedenmonitor recent geconcludeerd dat allochtonen minder vaak naar een psycholoog gaan omdat zij zich hiervoor zouden schamen. De problemen bij de huisarts werden in dit rapport ook geconstateerd. De conclusie was dat allochtone patiënten zich onbegrepen voelden, maar tegelijk de neiging hebben hun klachten nogal expressief te uiten. Huisartsen zouden dan weer aanstellerij vermoeden.

Hoewel het rapport van de Raad spreekt van een 'permanent karakter' van de problemen, is in andere studies juist opgemerkt dat het vooral misloopt bij de behandeling van de eerste generatie allochtonen. Bij de tweede generatie leiden cultuurverschillen tot aanzienlijk minder problemen, bleek uit dezelfde Minderhedenmonitor en uit een studie over huisartsbezoek van allochtonen.

NRC Handelsblad, 6 July 2000

Back to news Back

Copyright © 2005 by C. Hoffer