`Meer aandacht nodig culturele dilemma's zorg'
Van onze verslaggeefster
Ellen de Visser
AMSTERDAM
Een schizofrene Marokkaanse man weet zeker dat hij is bezeten door kwaadaardige geesten. Hij weigert medicijnen en wil een islamitische genezer raadplegen. Een Turks meisje komt bij de gynaecoloog omdat ze haar maagdenvlies wil laten herstellen. Ze vreest dat haar echtgenoot haar zal verstoten als ze niet bloedt tijdens de huwelijksnacht.
Horen dergelijke cultuur- en religiegebonden opvattingen thuis in de Nederlandse gezondheidszorg of niet? Artsen en therapeuten worstelen met het dilemma: een medische noodzaak is er niet maar soms heeft de patiënt er baat bij.
Antropoloog C. Hoffer spreekt van een `gedoogbeleid'. Riaggs geven officieel aan dat niet wordt samengewerkt met alternatieve genezers. Maar tijdens zijn promotie-onderzoek over religieuze geneeswijzen onder moslims werd hij tientallen keren gebeld door Nederlandse hulpverleners met de vraag of hij geen betrouwbare islamitische genezer kende.
Ook het standpunt van de NVOG, de beroepsvereniging van gynaecologen, is rigide: vrouwenbesnijdenis is onbespreekbaar, aan maagdenvliesreconstructie werken de artsen niet mee. Maar wat te doen met een Soedanese vrouw van wie de vagina bij een besnijdenis deels is dichtgenaaid en die na de bevalling verzoekt om die situatie te herstellen?
`Zo'n ingreep is medisch gezien verwerpelijk, dus je moet eigenlijk weigeren', zegt gynaeloog en NVOG-voorzitter G. van Doorn. `Maar als de vrouw vervolgens wordt verstoten, is het de vraag of je haar daarmee helpt.'
De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) concludeert in een donderdag verschenen advies dat er meer duidelijkheid moet komen over `cultuurspecifieke zorg'. Richtlijnen voor hulpverleners zijn wenselijk.
Volgens J. Hogervorst van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) hebben ziekenhuizen grote behoefte aan informatie over multiculturele zorg. Er zou een soort centraal naslagwerk moeten komen, zegt ze, maar een richtlijn gaat te ver. `Ziekenhuizen zijn autonoom in hun patiëntenbeleid. Je moet niet alles centraal willen regelen.'
In het Haagse Westeinde Ziekenhuis is een diabetespoli voor hindoestanen, het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht heeft een `besnijdenisproject' (voor jongetjes) en in het Amsterdamse AMC behoort een winti-plechtigheid tot de mogelijkheden. `Je ziet witte en zwarte ziekenhuizen ontstaan', aldus Hogervorst. `Allochtonen gaan naar het ziekenhuis waar ze zich het meeste op hun gemak voelen.'
Koepelorganisatie GGZ Nederland wil proberen om volgend jaar met de instellingen in de geestelijke gezondheidszorg afspraken te maken over samenwerking met traditionele genezers. Nu is de allochtone patiënt nog teveel afhankelijk van het initiatief van zijn behandelaar.
Zo stuurt chef de clinique A. Fouwels van het Sociaal Psychiatrisch Dienstencentrum in Amsterdam patiënten van creools-Surinaamse afkomst soms naar een Bonu-man. Psychiater S. Sidali, werkzaam bij de Utrechtse Riagg, kent een islamitische genezer die hij wel eens om een `second opinion' vraagt. `Dat stelt patiënten gerust.'
Traditionele genezers voegen iets toe aan de Nederlandse gezondheidszorg, vindt Hoffer. `Ze kunnen cultureel bepaalde ziekte-opvattingen en gedragingen vertalen.' Maar de belangstelling onder zijn collega's voor religieuze geneeswijzen van minderheden is nog altijd minimaal, constateert hij.
de Volkskrant, 7 juli 2000
| Back to news | Back |