Een oase voor Marokkanen

C. Hoffer (2003). BW Oase / El Waha. Een cultuurspecifieke Beschermende Woonvorm voor Marokkaanse mannen. Rotterdam: Bavo RNO Groep, Mikado & RIBW Rijnmond. ISBN 90 71404 13 7; 144 pagina's.

De auteur en onderzoeker Cor Hoffer heeft het doel en de opzet van zijn onderzoek naar de beschermende woonvorm de Oase (El Waha) goed leesbaar neergezet in deze uitgave. De inhoud heeft hij verdeeld over zes grote hoofdstukken. In hoofdstuk 1 (inleiding) schrijft hij over de opzet en uitvoering van het onderzoek naar de bijzondere cultuurspecifieke Beschermende Woonvorm El Waha. De woonvorm moet een veilige en herkenbare leefomgeving bieden voor acht Marokkaanse mannen met een recent psychiatrisch verleden. Het moet een thuis zijn waarin de bewoners taal en cultuur kunnen delen. Cor Hoffer ziet het als zijn taak ervoor te zorgen dat alle betrokkenen van El Waha hem accepteren als onderzoeker, die door middel van interviews, informele gesprekken en observaties de ontwikkelingsfase van El Waha tracht te beschrijven.

Zelf word ik al jaren geconfronteerd met het feit dat het moeizaam is om interculturaiisatie in te bedden in het zorgbeleid van een gezondheidszorginstelling. Ik ben daarom uiterst nieuwsgierig als blijkt dat het elders mogelijk is om een goed project neer te zetten. De visie op interculturalisatie van de instelling waar ik werkzaam ben, RIBW Den Haag, luidt dat de instelling toegankelijk is voor iedereen en dat er geen nderscheid gemaakt wordt in geloof, ras of cultuur. Dit heeft er nog niet toe geleid dat bijvoorbeeld Turken en Marokkanen massaal de weg naar ons gevonden hebben. Wei is duidelijk dat wij niet categoraal, maar vanuit een algemeen beleid willen nadenken hoe we met allochtone cliënten om moeten gaan.

In hoofdstuk 2 vertelt Hoffer over de beschermende woonvormen (BW) die in 1989 door de overheid in het leven zijn geroepen. Als maatschappelijk fenomeen komen zij voort uit de zogenoemde psychiatrische tussenvoorzieningen als hostels, pensiontehuizen en sluisinternaten. Interessant wordt het als de achtergronden en motivatie voor de vestiging van BW Oase/El Waha genoemd worden. Terecht wordt gesignaleerd dat de toegankelijkheid van de beschermende woonvormen voor migranten geringer is dan voor autochtonen.

Bij het van start gaan van El Waha staat een heel team klaar om specialistische en professionele zorg te geven aan zes cliënten van Marokkaanse afkomst in een cultuurspecifieke voorziening. Het team bestaat uit vier woonbegeleiders, een kok en een conciërge, en staat onder leiding van een teamleider. Deze wordt begeleid en ondersteund door twee adviseurs (tevens hulpverleners) en een islamitische, geestelijke verzorger. Hier is duidelijk geld vooi vrijgemaakt.

Vervolgens bespreekt Hoffer de organisatie, het interieur en de sfeer rond de periode van opbouw van deze cultuurspecifieke woonvorm. Wat de sfeer betreft valt het Hoffer op dat, indien je als relatieve buitenstaander een aantal keren op bezoek komt in El Waha, er in het huis een duidelijke structuur en rolverdeling is. Over en weer lijken de bewoners en de begeleiders precies te weten wat ze aan elkaar hebben. Ook is duidelijk op welke wijze iemand als bewoner in BW Oase/El Waha wordt toegelaten middels de indicatiestelling. Men richt zich op Marokkaanse mannen met schizofrenie in de leeftijd van 18 tot 60 jaar, woonachtig in Rotterdam en omgeving. De huidige Marokkaanse mannelijke bewoners (in leeftijd variërend van 21 tot 47 jaar) zijn allemaal redelijk goed geïntegreerd in de Nederlandse cultuur en spreken de Nederlandse taal.

Hoofdstuk 4 gaat over de visies van bewoners, medewerkers en familieleden van de bewoners van El Waha. Het blijkt dat het woord 'psychose' bij veel Marokkanen niet bekend is. Zoals verwacht, plaatsen veel bewoners hun klachten buiten zichzelf in een religieus-spiritueel kader. Wanneer vanuit dat kader een samenwerking plaatsvindt van imams, pandits of islamitische genezers met de reguliere westerse hulpverlening, dan blijft de medicatieverstrekking door de behandelaar gewaarborgd.

Hoffer gaat vervolgens in op de ontwikkeling en de sociaal-culturele dynamiek van BW Oase/El Waha. In het eerste jaar is veel bereikt en lijken de bewoners en de medewerkers hun draai gevonden te hebben, totdat door een ernstig incident met een van de bewoners een aantal bestaande problemen en meningsverschillen zich in versterkte mate gaat manifesteren. De onderzoeker merkt op dat het spanningsveld tussen hulpverlening en woonbegeleiding tot grote meningsverschillen heeft geleid tussen de adviseurs en enkele woonbegeleiders. De woonbegeleiders zijn opgeleid in de rehabilitatiemethodiek en willen daar overtuigd naar handelen, maar lopen aan tegen andere meningen van de adviseurs, allen behandelaars. Vanuit hulpverleningsoogpunt zijn de adviseurs van mening dat de bewoners ziek zijn en van bepaalde verantwoordelijkheden ontheven moeten worden - die mening wordt gedeeld in de Marokkaanse cultuur. De woonbegeleiders vinden dat echter haaks staan op het streven naar een zo groot mogelijke zelfstandigheid van de bewoners.

De structuur van de organisatie is van invloed op het verloop van het conflict en een van de adviseurs merkt op dat hij de rol van een lijnfunctionaris (manager) mist. Het conflict dat zich afspeelt, heeft vooral te maken met de dubbele rol van de adviseurs/behandelaars. Die dubbelrol schept onduidelijkheid bij de woonbegeleiders. De inhoud van het adviseurschap is onduidelijk. En hoe bindend zijn de adviezen van de adviseurs? Het is jammer dat Hoffer zich onthoudt van het aangeven van oplossingsrichtingen. De overige problemen die zijn ontstaan, hebben te maken met het feit dat de adviseurs moeite hebben met het verschil tussen de oorspronkelijke plannen en de praktische uitvoering daarvan.

Wat mij verbaast is dat men allochtone woonbegeleiders heeft aangetrokken die geen ervaring hadden met de doelgroep 'psychisch gehandicapten'. Tijdens de interacties met de Marokkaanse bewoners krijgen de woonbegeleiders te maken met twee belevingswerelden. Het vermogen om zich te verplaatsen in die werelden laat de balans erg doorslaan naar de cultuurspecifieke belevingswereld - daar ligt hun expertise -, terwijl ze kennis over de psychiatrie missen. Er ontstaat volgens mij dan niet alleen ruis in de communicatie tussen de woonbegeleiders en de adviseurs, maar ook tussen de woonbegeleiders en de bewoners. Want de bewoners vertalen veel van hun klachten als een gevolg van bovennatuurlijke krachten en de woonbegeleiders beseffen dan wel dat het om een psychiatrische stoornis gaat, maar zeer waarschijnlijk niet om welke stoornis het gaat, omdat men te veel afgaat op het verhaal van de bewoner.

In het boek wordt verder gesproken over het gevaar dat de bewoners in een dubbel isolement terecht kunnen komen door hun Marokkaanse (islamitische) leefwereld en het psychisch gehandicapt zijn. Ik ben voor integratie met behoud van de eigen identiteit en zou er eerder voor kiezen om de Marokkaanse bewoners te laten begeleiden door allochtone woonbegeleiders die zowel kennis hebben van de Marokkaanse cultuur als van de psychiatrie voor volwassenen. Mogelijk dat dit het integratieproces kan versnellen.

Cultuur is niet statisch, maar veranderlijk. Een cultuur heeft te maken met zeden, gewoonten, waarden, normen en met de doelstellingen van een groep mensen in een bepaalde tijd, op een bepaalde plaats. Voeg daar nog bij dat elk individu op een eigen wijze zijn cultuur uitdraagt. Vanwege hun al wat langere verblijfsduur in Nederland is er bij de huidige bewoners sprake van zekere Nederlands-Marokkaanse cultuuruitingen. Dus van vervreemding waardoor de integratie vertragend zou verlopen, hoeft geen sprake te zijn. Daar waar de bewoners hun psychiatrische klachten toeschrijven aan bovennatuurlijke krachten kunnen de begeleiders corrigerend optreden.

Hoofdstuk 6 bevat een slotbeschouwing en een samenvatting van de belangrijkste onderzoeksbevindingen. Wat ik uit dit hoofdstuk wil lichten is dat de belevingswerelden van de bewoners zijn samengesteld uit elementen van zowel de Nederlandse als de Marokkaanse cultuur. De Oase/El Waha sluit met zijn sfeer en organisatie daarbij aan, aldus Hoffer. Dit heeft echter ook consequenties voor de invulling van het begrip 'cultuurspecifieke' woonvoorziening.

Namelijk dat de bewoners tijdelijk de mogelijkheid wordt geboden om vanuit een eigen culturele sfeer het leven opnieuw op te pakken en in te delen, maar dat het uiteindelijke doel is om maatschappelijke integratie te realiseren naar westers model.

BW Oase/El Waha als experiment van vermaatschappelijking en interculturalisatie van de geestelijke gezondheidszorg wordt geslaagd genoemd. Zelf voeg ik daar tot slot aan toe dat het belang van categorale cultuurspecifieke beschermende woonvormen (in dit geval voor Marokkaanse mannen) benadrukt mag worden.

Jim Keller, Passage, maart 2004.

Back to reviews Back

Copyright © 2005 by C. Hoffer